donderdag 10 november 2011

Toelichting bij de liederen(3)

Nacht anders dan andere nachten
Het was donderdagavond en het was Pasen. Jezus kwam samen met zijn leerlingen. Ze vierden de bevrijding uit Egypte, zoals de Joden dat nog elk jaar doen. Er stonden matses, broden zonder gist, op tafel. En ook bekers wijn en een schotel met azijn om brood in te dopen.
Het werd heel stil toen Jezus onverwachts zei: ‘Ze proberen mij in handen te krijgen en één van jullie zal mij verraden.’
De leerlingen kregen tranen in hun ogen en keken Jezus aan. Eén voor één vroegen ze: ‘Bedoelt u soms mij, Heer? Ben ik uw verrader?’
‘Het is degene die samen met mij zijn brood in de schotel heeft gedoopt.’
‘Maar Heer,’ zei Petrus, ‘dat hebben wij allemaal gedaan!’
Toen zei Judas: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’
Jezus zei: ‘Jij hebt het zelf gezegd, Judas.’

Jezus nam één van de matses en een beker wijn in zijn hand. Hij zei: ‘Het is de laatste keer dat we zo samen zijn. Ik neem nu een laatste slok wijn. Brood en wijn: hoe vaak hebben we niet samen gegeten? Maar deze nacht is anders dan alle andere nachten. Ik geloof dat God een nieuw verbond met ons zal sluiten.’
De leerlingen begrepen niet zo goed wat Jezus bedoelde, maar waren wel erg onder de indruk.
‘Late we de slotpsalmen maar zingen,’ zei Jezus.
Zo eindigden ze die avond. ‘Gods goedheid zal voor altijd bestaan’ waren de laatste woorden die daar klonken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten