dinsdag 22 november 2011

Solo's

Na onze oproep van twee weken geleden hebben zich een aantal mensen aangemeld die wel een solo zouden willen zingen.
Voor wat betreft de groto solopartijen zijn we er uit.

Berend Wilpshaar - Judas
Kees Bos - Petrus
Gert Gerrits - Jezus
Erna Slot - Maria
Henriëtte Withaar - Maria

De twee Maria's vechten onderling en in overleg met Marjan nog uit wie welke Maria zingt.

woensdag 16 november 2011

Woensdag 23 november

We oefenen vandaag het nieuwe lied 'Jezus in Getsemané'.
Daarnaast herhalen we de tot nu toe ingestudeerde liederen.
En voor degenen die het aangaat: denk nog even aan het 'tientje'.

Toelichting bij de liederen(4)

Koraal: Wat moeten wij verdragen…
‘Laten we naar de Olijfberg gaan,’ zei Jezus met verstikte stem. ‘In het donker, tussen de bomen kunnen ze ons niet gemakkelijk vinden en ik wil nog zo graag met jullie praten. Misschien is het wel de laatste keer. Wat moet er van ons worden? Als ze een herder doodslaan, vlucht de kudde alle kanten op. Als ze mij grijpen, zijn jullie nergens meer te bekennen.’
‘Hoe komt u dar nu bij?’ fluisterde Petrus verontwaardigd. ‘Het idee. Al zouden ze u allemaal in de steek laten, ik nooit!’
Jezus keek hem bedroefd aan. ‘Zo waar als ik hier sta, Petrus, vóór het morgen is, vóór de haan heeft gekraaid, zul jij drie maal ontkennen dat je bij mij hoort.’
‘Heer, al moest ik met u sterven,’ antwoordde Petrus schor, ‘zoiets zou ik nooit doen.’
‘Petrus heeft groot gelijk,’ zeiden de andere leerlingen. ‘Wij zouden ook nooit ontkennen dat we bij u horen. Natuurlijk niet!’




Jezus in Getsemané
‘We gaan naar de plek waar de oliepers staat.’ Zei Jezus, ‘naar Getsemané.’

Toen ze er waren, zei Jezus: ‘ik heb er behoefte aan om rust te hebben. Ik wil bidden. Blijven jullie maar hier. Petrus, Johannes en Jakobus gaan met mij mee.’

Even verderop zei Jezus tegen zijn drie goede vrienden: ‘ik ben verdrietig en zo bang. Blijven jullie bij me, blijven jullie wakker?’

Hij deed een paar stappen. Verder kwam hij niet. Hij liet zich voorover vallen en snikte: ‘God, is er geen uitweg? Is het uw wil dat ze mij grijpen en doodmaken? U bent mijn Vader, en ik doe wat U wilt, maar ik ben zo bang.’

Toen hij uitgebeden was, kwam hij bij zijn drie vrienden terug. Ze waren in slaap gevallen. Jezus schudde hen wakker. ‘Konden jullie echt niet even wakker blijven, één uurtje maar?’
Hij ging weer terug en bad opnieuw. Hij zei weer dezelfde woorden: ‘Vader, ik zal uw wil doen, maar ik ben zo bang.’

Hij zocht zijn vrienden op. Daar lagen ze, weer sliepen ze.
Jezus zei: ‘wat mij betreft mogen jullie blijven slapen, maar je kunt beter opstaan. Het is mijn tijd. Ze komen eraan om mij te halen. De man die me verraadt, is vlakbij.’

‘Wie is het eigenlijk, de man die we moeten hebben?’ vroeg de commandant aan Judas. ‘In het donker zijn alle katten zwart en ik heb geen idee hoe hij eruit ziet.’
‘Laat dat maar aan mij over,’ antwoordde Judas. ‘Het is de man die ik een kus geef. Hem moet je hebben. Die kus is bij de prijs van dertig zilverstukken inbegrepen.’
‘Gesnapt!’ zei de commandant, ‘dat kan niet missen.’

Zodra ze bij Getsemané kwamen, stapte Judas uit de groep soldaten naar voren. Hij liep op Jezus af, sloeg zijn armen om hem heen en zei: ‘Dag rabbi.’
‘Vriend,’ zei Jezus. ‘Jij hier?’



zaterdag 12 november 2011

Woensdag 16 november a.s.

Het lied ‘Nacht anders dan andere nachten’(zie voor een toelichting van de tekst het vorige bericht) staat woensdag 16 november weer op het programma. Pak de cd’s erbij, luister, oefen en geniet en probeer het nieuwe, laatste gedeelte van de partij vast eens door te zingen.
En vergeet natuurlijk niet de al ingestudeerde liederen te blijven zingen. Dat doen we ook tijdens de repetities.

We zijn als organisatie erg blij met een fantastische opkomst. Ons ‘Mattheüs’ koor bestaat op dit moment uit 46!!!! zangers/zangeressen. Dat overtreft alle verwachtingen. En wat wordt er heerlijk fanatiek gerepeteerd!
Dank aan jullie allen, alleen samen kunnen we er dit voorjaar twee mooie uitvoeringen van maken.

donderdag 10 november 2011

Toelichting bij de liederen(3)

Nacht anders dan andere nachten
Het was donderdagavond en het was Pasen. Jezus kwam samen met zijn leerlingen. Ze vierden de bevrijding uit Egypte, zoals de Joden dat nog elk jaar doen. Er stonden matses, broden zonder gist, op tafel. En ook bekers wijn en een schotel met azijn om brood in te dopen.
Het werd heel stil toen Jezus onverwachts zei: ‘Ze proberen mij in handen te krijgen en één van jullie zal mij verraden.’
De leerlingen kregen tranen in hun ogen en keken Jezus aan. Eén voor één vroegen ze: ‘Bedoelt u soms mij, Heer? Ben ik uw verrader?’
‘Het is degene die samen met mij zijn brood in de schotel heeft gedoopt.’
‘Maar Heer,’ zei Petrus, ‘dat hebben wij allemaal gedaan!’
Toen zei Judas: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’
Jezus zei: ‘Jij hebt het zelf gezegd, Judas.’

Jezus nam één van de matses en een beker wijn in zijn hand. Hij zei: ‘Het is de laatste keer dat we zo samen zijn. Ik neem nu een laatste slok wijn. Brood en wijn: hoe vaak hebben we niet samen gegeten? Maar deze nacht is anders dan alle andere nachten. Ik geloof dat God een nieuw verbond met ons zal sluiten.’
De leerlingen begrepen niet zo goed wat Jezus bedoelde, maar waren wel erg onder de indruk.
‘Late we de slotpsalmen maar zingen,’ zei Jezus.
Zo eindigden ze die avond. ‘Gods goedheid zal voor altijd bestaan’ waren de laatste woorden die daar klonken.

Toelichting bij de liederen(2)



Maria van Betanië


Jezus en zijn leerlingen waren te gast in Betanië, een armenbuurt vlakbij Jeruzalem, bij Simon. Hij was melaats en misschien wel juist daarom vond Jezus dat hij bij hem moest zijn.

Onverwacht, onder het eten, kwam er een vrouw binnen. Ze had een dure witte kruik bij zich, ging bij Jezus staan en goot de inhoud over zijn  hoofd. Het was warme, heel kostbare zalfolie. Dat kon je wel ruiken en de leerlingen zeiden allemaal bood: “Dat heet verspilling! Wie giet er nou een heel jaarsalaris op iemands hoofd? We hebben net geleerd dat Jezus iets voor slachtoffers wilde doen. En dan dit…”

Jezus keek ze stuk voor stuk aan en zei: “Jullie doen nu wel boos tegen die vrouw, maar er zit ook iets moois in: ik ben nu een echte gezalfde, een Messias in de taal van ons volk. Maar misschien betekent het nog wel meer: Nu hoeven jullie mij niet meer te zalven voor mijn begrafenis. Dat heeft zij al gedaan, dat zal nooit meer vergeten worden. En mijn begrafenis is misschien wel dichter bij dan jullie denken.”

Judas werd het teveel. Hij was één van de twaalf leerlingen en vond Jezus wel een goede rabbi, maar dat hij de Messias was, ging hem echt te ver. Hij zocht de priesters op en zei: “Ik weet dat jullie Jezus zoeken. Wat schuift het als ik jullie een handje help om hem te pakken te krijgen?”

Ze smoesden even onderling over een prijs en zeiden: “Dertig zilverstukken en geen stuiver meer.”

“Niet al te veel,” mompelde Judas. “Ik had zo’n vijftig in m’n hoofd, maar beter iets dan niets.”

Hij ging terug en keek uit naar een goede gelegenheid om Jezus over te leveren.





’t Is Pasen
Pasen is het belangrijkste feest bij de joden. Ze denken dan aan hun gedwongen verblijf in Egypte. Ze waren er slaven van de farao maar werden onder leiding van Mozes het land uitgebracht. Op het paasfeest. Sindsdien is dat oude Pasen hét feest. Het wordt vooral gevierd tijdens een maaltijd. Op tafel staat een gebraden lam. Er is brood waarvan het deeg niet is gegist – de matses, ze symboliseren de overhaaste vlucht – en er zijn bittere kruiden: die herinneren aan de bittere tijd in Egypte. En natuurlijk staat er wijn op het menu. Dat hoort bij zo’n feest.
Aan tafel wordt het hele verhaal over de uittocht uit Egypte nog eens uitvoerig verteld.